Vlarem - milieuvergunning

Wat is een milieuvergunning en wat zijn milieuvoorwaarden?

Een milieuvergunning kan worden opgevat als een schriftelijke toelating van de overheid om bepaalde hinderlijke inrichtingen of activiteiten te kunnen exploiteren. Karakteristiek voor de milieuvergunning is dat er verschillende vergunningsstelsels in geïntegreerd zijn (de vroegere ARAB-exploitatievergunning, de lozingsvergunning, afvalstoffenvergunning, de vergunning op het winnen van grondwater).
Naast de vermelding van de ingewonnen adviezen en onderzoeken, zoals onder meer het openbaar onderzoek, het advies van ruimtelijke ordening of andere milieuoverheden, bevat het milieuvergunningsbesluit een opsomming van de activiteiten, de vergunde inrichtingen en rubrieken overeenkomstig Bijlage 1 van VLAREM I evenals de vermelding van de algemene en sectorale milieu- of vergunningsvoorwaarden van VLAREM II.
De milieuvoorwaarden hebben betrekking op de meest uiteenlopende facetten van de exploitatie van een hinderlijke inrichting: voorkomen van ongevallen allerhande, geluidshinder, geurhinder of oppervlaktewaterverontreiniging, beheer van afvalstoffen, enz. De algemene milieuvoorwaarden, opgenomen in deel 4 van VLAREM II, zijn in principe van toepassing op alle inrichtingen; de sectorale milieuvoorwaarden, opgenomen in deel 5 van VLAREM II, zijn slechts van toepassing op bepaalde sectoren zoals garages, laboratoria, wasserijen, winkels voor groot- en kleinhandel, enz. Bepaalde van die voorwaarden bevatten overigens verbods- of afstandsbepalingen, die van doorslaggevend belang kunnen zijn bij de keuze van een bedrijfsterrein.
De vermelding van de vergunde rubrieken en van de exploitatie- en sectorale voorwaarden die van toepassing zijn, legt meteen de band met de concrete milieunormen die voor het bedrijf van toepassing zijn. Naast deze sectorale voorwaarden kan de vergunnende overheid mits motivatie (bvb. op grond van de resultaten van het MER of de inplanting van het bedrijf) ook nog bijzondere voorwaarden opleggen die in de vergunning (of bijlagen) volledig moeten beschreven zijn.
Het uitbaten van een hinderlijke inrichting zonder milieuvergunning (of milieumelding) of miskenning van de vergunningsvoorwaarden is niet alleen strafbaar gesteld, maar kan ook aanleiding geven tot administratieve dwangmaatregelen zoals de sluiting of de verzegeling van machines of installaties.
De milieuvergunning wordt verleend voor een welbepaalde termijn, doch deze laatste is beperkt tot maximum 20 jaar. In sommige gevallen kan ook een vergunning op proef worden verleend voor een periode van tenminste 6 maanden en ten hoogste 2 jaar, waarna de overheid een definitief vergunningsbesluit neemt.

Voor welke activiteiten heeft men een milieuvergunning nodig en hoe en waar vraagt men die aan?

De potentieel hinderlijke bedrijven worden opgesomd in de indelingslijst van VLAREM I- bijlage 1. Deze lijst bevat een vijftigtal rubrieken met onderafdelingen. Per afdeling wordt een indeling gemaakt in drie klassen, volgens de aard en de omvang van de eraan verbonden milieueffecten. Klasse 1 en klasse 2-inrichtingen zijn milieuvergunningsplichtig; klasse 3-inrichtingen zijn slechts meldingsplichtig .
De aanvraagprocedures voor de inrichtingen klasse 1 en klasse 2 verlopen voornamelijk volgens hetzelfde stramien. Voor beide klassen wordt een aanvraagdossier opgemaakt, waarbij bepaalde formulieren worden gebruikt. Standaardformulieren hiervoor zijn verkrijgbaar bij de gemeente (voor de klasse 2-inrichtingen) of bij de provincie (voor de klasse 1-inrichtingen) , en ook consulteerbaar op de website www.ondernemen.vlaanderen.be waarop men ook een stap voor stap handleiding aantreft voor de vergunningsaanvragen van alle klassen.
Het aanvraagdossier voor klasse 2-inrichtingen wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen; dat van de klasse 1-inrichtingen bij de bestendige deputatie. Er volgt dan een openbaar onderzoek. Volgens de aard van de aanvraag brengen diverse overheden in deze periode advies uit (OVAM, VLM, VMM, AMINAL-afdeling milieuvergunningen,...). De overheid moet zich vervolgens uitspreken binnen een behandelingstermijn van 3 of 4 maanden. Wordt binnen deze termijn geen beslissing genomen dan wordt de vergunning geacht te zijn geweigerd.
Zowel de aanvrager, omwonenden of plaatselijke milieuverenigingen als de betrokken (adviserende) overheden kunnen binnen een termijn van 30 dagen administratief beroep aantekenen. Het beroep tegen vergunningsbeslissingen inzake klasse 2-inrichtingen wordt behandeld door de bestendige deputatie van de provincie (die binnen de 4 maanden uitspraak doet); die inzake klasse 1-inrichtingen wordt behandeld door de Vlaamse minister van Leefmilieu (die uitspraak doet binnen de 5 maanden). Beroepen tegen de beslissingen van de bestendige deputatie worden voor advies voorgelegd aan de gewestelijke milieuvergunningscommissie en beroepen tegen de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen aan de provinciale milieuvergunningscommissie. De commissie is verplicht om de aanvrager die erom verzoekt te horen.

Voor een downloadbare versie van milieuvergunningsaanvraag klasse 1 & 2:
- Milieuaanvraagformulier klasse 1-2

Wat is een milieumelding en hoe en waar gebeurt die?

Indien het machinepark of de opslagcapaciteiten van een onderneming eerder beperkt zijn, volstaat vaak een melding van een klasse 3-inrichting. De melding gebeurt door middel van meldingsformulieren, voorzien in bijlage 3 van VLAREM I. De formulieren kunnen worden geconsulteerd op de website www.ondernemen.vlaanderen.be of download het meldingsformulier hier .

De melding gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de exploitatie zal plaatsvinden. De volgende dag mogen de activiteiten reeds worden begonnen. Het college acteert deze melding in een speciaal register. Een dergelijke melding kan trouwens niet worden geweigerd. Dit houdt evenwel geen carte blanche in: op de inrichting zijn automatisch de algemene en sectorale bepalingen van Vlarem II van toepassing, en de inrichting kan inzonderheid slechts worden gestart indien voldaan is aan het inplantingsvoorschrift van VLAREM II (dit voorschrift impliceert dat de inrichting slechts kan worden geëxploiteerd indien de inplantingsplaats verenigbaar is met de voorschriften van de ruimtelijke bestemmingsplannnen).
De melding van een klasse 3 inrichting bij een klasse 1 of 2 inrichting gebeurt volgens dezelfde procedure als de gewone melding van een klasse 3 inrichting, met dien verstande dat ze moet worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen als de gehele inrichting klasse 2 is, en bij de bestendige deputatie als de gehele inrichting klasse 1 is.

Referentie Wetgeving

  • Decreet van 28 juni 1985 van de Vlaamse Raad betreffende de milieuvergunning (Milieuvergunningsdecreet) (B.S. 17 september 1985, herhaaldelijk gewijzigd);
  • Besluit van de Vlaamse executieve van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM I), (B.S. 26 juni 1991, herhaaldelijk gewijzigd);
  • Besluit van de Vlaamse executieve van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM I), (B.S. 26 juni 1991, herhaaldelijk gewijzigd); Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II), (B.S. 31 juli 1995, err. B.S. 29 september 1995, herhaaldelijk gewijzigd)